Wij katholieken zijn niet zo goed in de Schrift. Vaak kijken we met ontzag naar de protestanten, die de Schrift in ieder geval in vroeger’ tijden met de paplepel kregen ingegoten. ‘Het gaat als het Woord in de ouderling’ is binnen protestante kringen een bekend gezegde. Stel ik voor een bijeenkomst in de parochie met een stukje Schriftlezing te beginnen, dan word ik nog wel eens meewarig aangekeken: ‘Moet dat nou?’. Op een of andere manier voelen wij ons er onhandig mee. Als we de verhalen al kennen, weten we vaak niet goed hoe ze te verstaan of te betrekken op ons leven. Toch is de bijbel de bron bij uitstek van ons geloof. Een belangrijk winstpunt van het Tweede Vaticaans Concilie dat 50 jaar geleden begon, was dat we werden aangemoedigd ons veel meer op de bijbel te oriënteren. Het heeft belangrijke vernieuwingen in onze kerk gebracht. In het verhaal van de Emmausgangers en het vervolg daarop lezen we, hoe Jezus het verstand van de leerlingen ontvankelijk maakte voor het begrijpen van de Schriften. Het gaf de leerlingen een warm gevoel: ‘Brandde ons hart niet, toen hij (Jezus) onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’. Precies dat zie ik ook gebeuren in de Geloven Nu-groep van onze parochie en in de gezamenlijke pastoraatgroep van de Lourdes- en Pancratiuslocatie. Waar mensen zich samen buigen over de Schrift en op zoek gaan naar zin en betekenis voor hun leven, daar gebeurt wat! Met alle emoties die daar bij horen. Afgelopen week ging dat na afloop op straat nog verder! Zo’n ervaring zou ik eigenlijk iedereen gunnen. Dan wordt het al een klein beetje Pinksteren.
|