Een mens maakt reizen om zich te verbazen
over de hoogte van de bergen,
over de geweldige golven van de zee,
over de lange loop van de rivieren,
over de uitgestrektheid van de oceaan,
over de eeuwige kringloop van de sterren;
aan zichzelf gaat hij zonder verbazing voorbij.
Ik las deze woorden van Augustinus afgelopen week. Ze sluiten naadloos aan bij het thema, dat we voor de gezinsvieringen van komend weekend gekozen hebben: ‘Waar ben jij nieuwsgierig naar?’. Kunnen wij ons nog verbazen over wat op elke dag weer op ons pad komt? Kunnen we dankbaar zijn voor de zon en de regen, voor een onverwacht en goed gesprek, voor een vriendelijk gebaar van zo maar iemand? De vakantie is bij uitstek een tijd om ons die vragen weer eens te stellen. Wie erop uit trekt naar onbekende verten, weg uit zijn vertrouwde omgeving, zal die verbazing wellicht eerder overkomen, dan diegene die thuis blijft. Maar ook thuis kan er genoeg zijn om je over te verbazen! Verbaas jij je weleens over jezelf? Over de ontwikkeling die je in je leven doorgemaakt hebt? Over hoe je bent geworden? Over je lichaam, hoe alles werkt? Over je ademhaling, die ’s nachts zomaar doorgaat als je slaapt? Over je hart dat maar blijft kloppen? Ik zelf zie het allemaal als één groot wonder. Het brengt mij ertoe in God te geloven. Fantastisch hoe alles in elkaar grijpt! In de gezinsvieringen horen we over Abraham. Hoe hij op weg gaat naar hij weet niet waar. Alleen maar omdat hij een stem hoorde in zijn hart. Misschien ook wel met de nodige nieuwsgierigheid. Wat zal de toekomst brengen? Wie zal het zeggen?
|